57 (irritante) dingen die moeders tegen pubers zeggen

Jij ging het helemaal anders doen toch? Je werd niet zoals je moeder. Dat had je je stellig voorgenomen. Jij werd een begripvolle moeder. En niet zo overbezorgd en bemoeizuchtig als je eigen moeder. Je ging sowieso nooit zeuren. Nee, jij werd echt heel anders dan je moeder.

Maar ergens is er iets misgegaan waardoor er nu toch zinnen uit je mond komen die je wel erg bekend voorkomen. Opmerkingen die je vroeger helemaal gek konden maken, gebruik je nu zelf. Geef het maar eerlijk toe, welke van onderstaande uitspraken gebruik jij wel eens?

  1. Waarom? Omdat ik het zeg. Daarom.
  2. Ik wil ook wel eens wat.
  3. Met wie fiets je mee?
  4. Het is hier geen hotel!
  5. Je kunt prima op de fiets, het regent nauwelijks meer
  6. Je bent toch niet van suiker?!
  7. Mankeert er wat aan je handen?
  8. Waarom? Omdat je ook best iets kunt doen in dit huis
  9. Welk deel van “nee” begreep je niet?
  10. Denk even na, waar heb je het voor het laatst gebruikt?
  11. Wie gaan er nog meer mee?
  12. Wil je je bord in de vaatwasser zetten?
  13. Ga je zo de deur uit?
  14. Moet je geen regenpak aan? Zo kom je kletsnat op school.
  15. Ik wil dat deze kamer voor 17.00 uur opgeruimd is.
  16. Licht uit!
  17. Bril naar beneden!
  18. Heb je doorgetrokken?
  19. Wie heeft er naast de plee gepist en het niet opgeruimd?
  20. Niet met volle mond praten.
  21. Vuile mand ín de wasmand AUB.
  22. Het kan me niet schelen wie er begon.
  23. Wie heeft de chips opgegeten?
  24. Zijn de koekjes nu alweer op?
  25. Waarom liggen hier lege verpakkingen?
  26. Als je huiswerk af is, vind ik het prima.
  27. Maakt me niet uit dat je ook al gedekt had, je helpt gewoon even mee met afruimen.
  28. Leg je telefoon even weg alsjeblieft, we zijn hier op bezoek.
  29. Die mevrouw vraagt je wat.
  30. En wat voor cijfers had de rest van de klas?
  31. Misschien straks.
  32. Vraag maar aan papa.
  33. Niet te lang douchen!
  34. Weet ik veel, waar je het gelaten hebt.
  35. Je hebt die broek al drie dagen aan.
  36. Kan die herrie wat zachter?
  37. En van haar ouders mag het wel?
  38. Als je vader het goed vindt, dan vind ik het ook goed.
  39. Nee, je mag niet blijven slapen, je komt nu naar huis!
  40. Hang die jas eens op!
  41. Wacht maar tot je zelf kinderen hebt.
  42. Ik zeg het nog één keer
  43. Deur dicht! Ik stook niet voor de hele buurt.
  44. Het kan mij niks schelen of andere kinderen het wel mogen: ik ben jouw moeder!
  45. Tsja, we moeten allemaal wel eens iets doen wat we niet leuk vinden. Denk je dat ik zin heb om de was te doen?
  46. Later mag je het allemaal helemaal op je eigen manier doen!
  47. Heb je de huissleutel bij je?
  48. Het geld groeit me niet op de rug.
  49. Waar een wil is, is een weg.
  50. Oh, dan hebben de kaboutertjes het zeker gedaan?
  51. Wacht maar tot jij later de rekeningen moet betalen.
  52. Dan máák je maar zin.
  53. Heb je wel wat te eten mee voor onderweg?
  54. Ben je nou helemaal betoeterd!
  55. Het kan me niet schelen of andere kinderen het wel mogen.
  56. Eet met je mond dicht.
  57. Dan ga je toch daar wonen?!

Op welke uitspraken betrap jij jezelf wel eens?