Betrapt!

Man beweegt in z'n slaap, ik duw het scherm van de telefoon snel naar beneden en doe alsof ik slaap. Ik wil niet dat hij ziet dat ik nog wakker ben. Sterker nog dat ik nog steeds aan het kijken ben. Het is 2.00 uur. Over vijf uur gaat de wekker. Ik lijk wel gek. Ik stop zo, echt waar.

Nog eentje dan

Het is niet de eerste keer dat het zo gaat. Sinds Netflix loopt het regelmatig uit de hand met mijn kijkgedrag. Als ik eenmaal in een serie zit, kan ik gewoon niet stoppen. Dan moet ik er nog éééééntje kijken om te zien:

  • of Chuck en Blair toch bij elkaar komen,
  • of Frank Underwood het tot president schopt,
  • hoe de protégé van Harvey Spencer ontmaskerd wordt
  • of lady Mary het verlies van Matthew aankan
  • wie de moordenaar is van Rosie Larsson
  • en hoe het afloopt met de lucratieve handel van Walter Wight...

Binge watched is hip

Nu is binge watchen nogal hip. Iedereen doet het. Lekker een avondje series kijken, zeggen m'n vriendinnen dan. Ik vraag me altijd af of ze ook weleens hetzelfde achterlijke kijkgedrag vertonen. Ik ben eigenlijk benieuwd of er überhaupt andere, behoorlijk verantwoordelijke, volwassen vrouwen zijn, die een serie verslaving zo uit de hand laten lopen.

Schuldgevoel en schaamte op kantoor 

Ik geniet niet ook niet van bingewatchen, er is niets ontspannends aan. Als ik hooked ben, heb ik nog maar één doel: die serie moet uit. Zo snel mogelijk. Want dan ben ik er tenminste van af. Van al dat nutteloze tijd verspillen, van het schuldgevoel en de schaamte.
Nu is schuldgevoel nog wel een enigszins gezonde emotie op dit gebied. Als je tot middenin de nacht Netflix kijkt en de volgende dag vermoeid en dus onredelijk je kinderen uitscheldt, valt daar wat voor te zeggen.
Maar schaamte? En ik vertel echt niemand dat ik zelfs op kantoor, op het toilet, nog weleens een aflevering heb gekeken. Om daarna terug te komen met: "nou dat was een lang en ingewikkeld telefoontje".

Puber betrapt

Er kleeft echter één belangrijk voordeel aan dit onvolwassen gedrag.
Toen ik gisteravond naar boven ging en nog eventjes bij dochter om het hoekje van de deur keek, draaide ze zich kreunend om. "Huh wat, wie is daar, ik slaap", klonk er warrig en slaperig.
"Oké. Je telefoon. Nu!", zei ik meteen. "Huh?" Het hoofd van dochter schoot omhoog. Van de hele nepslaap was weinig meer te bekennen. "Hoe weet jij dat nou?"