Goede moeders werken (niet)

Het verwijt der verwijten

Op vakantie kwam ik aan de praat met een Nederlandse moeder van drie kinderen, zelfde leeftijd als die van mij. Na het uitwisselen van wat gezellige weetjes over onze kinderen zoals hun leeftijd en de huidige fase van mijn jongste (schreeuwen, gillen en schoppen als iets niet mag en tegen mij tekeer gaan), vroeg ze me: ‘Hoeveel werk jij eigenlijk?’ Ik aarzelend: ‘Vier en halve dag per week. Maar ik ben elke dag om vijf uur thuis’ Hmm, antwoorde ze begrijpend ‘ Ik wil me er verder niet mee bemoeien hoor, maar misschien dat je jongste daarom zo jengelt op vakantie; ze wil gewoon je aandacht. Krijgt ze normaal gesproken natuurlijk niet, als je zoveel werkt. En op zo’n BSO worden ze zo gehard, daar leren ze nare woorden en asociaal gedrag… Daarom heb ik ervoor gekozen om veel thuis te zijn. Een stabiele basis is belangrijk voor kinderen’. Ze glimlachte erbij.

BAM! Daar kreeg ik ‘m weer. Het verwijt der verwijten. En dat van een andere moeder. ‘Hoe doe jij het dan’ Vroeg ik ook nog. Zij had (ook) een eigen zaak, enorm succesvol, maar ze werkte vanuit huis. Ze was er eigenlijk altijd voor de kinderen. En dat was ook echt beter voor ze. Ze sloot haar verhaal af met de opbeurende opmerking:’ Werken kan altijd nog he’. Ik zeg altijd: ik heb geen kinderen gekregen om ze naar de opvang te doen…. Maar goed, das voor iedereen anders natuurlijk..’.

Ziet dat mens het wel?

Ik mompelde wat, voelde woede in me opkomen en sprong de kinderen achterna in het zwembad. Ten dele om af te koelen en stiekem ook om te laten zien, dat ik heus een hele leuke moeder ben. Ik overdreef natuurlijk schromelijk in mijn compensatie-ijver: de kinderen vroegen zich waarschijnlijk af waarom mama in hemelsnaam op die kroko wilde klimmen, terwijl ze er ‘s ochtends nog zuchtend en mopperend mee onder de arm liep en zei: laatste keer dat dat rotding mee moet. Maar ik speelde met ze, zag dat mens het wel? Ik ben wel een goede moeder!

Ik schiet tekort

‘s Avonds bij een wijntje zeg ik tegen vriendlief: ik weet heus wel dat zij onaardig was, maar ik geloof toch ook dat ik het niet helemaal goed doe. Ik werk zo hard en ik zou meer tijd aan de jongste moeten besteden. Fronsend keek hij me aan: wat nou weer? ‘Ik schiet tekort! Zij zei het gewoon keihard!” huilde ik. Vriendlief schoot in de lach. Wat wil je dan thuis de hele dag doen, lieverd? Wassen en strijken? Koken voor de hele week? Vrijwilligerswerk? Ja, bijvoorbeeld, antwoordde ik aarzelend. Het was niet helemaal wat ik in de loop van de dag had bedacht. Ik zag mezelf vooral lekker liggen op de bank met een boek tot de kinderen thuis komen. In de relaxte vakantiemodus zeg maar en dan de hele dag, het hele jaar! Onze hulp en oppas kon ik toch wel gewoon aanhouden..? Vriendlief glimlachte: liefje, laat je toch niet gek maken. Je geniet van onze vakantie, juist omdat je straks weer lekker aan de slag gaat. Je praktijk is heel belangrijk voor je, en ja, daar geniet jij ook van.

Das natuurlijk voor iedereen anders

De volgende dag bij het zwembad zag ik mijn nieuwe vriendin weer. Twee van haar drie bloedjes waren in een hevig gevecht verwikkeld, eerst met elkaar en vervolgens met haar!

De oer-moeder haalde de jongens met grof geweld uit elkaar, zelf volledig hysterisch. ‘Rotmoeder, stom mens, bemoei je er niet mee, je bent gek!’ schreeuwde haar zoontje vervolgens tegen haar. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. De jongens renden weg en zij bleef staan. Ik keek haar aan. Ze zei niks. Ik dacht er het mijne van. Maar dat is natuurlijk voor iedereen anders.