Mama gaat even gestrekt

Languit lig ik op de grond in de meest hippe tent van de stad; mijn knieën blijken precies te passen in de scherpe rand van het drempeltje, dat er diezelfde middag is neergelegd om ervoor te zorgen dat mensen niet over de bedrading zouden vallen. Over de bedrading ben ik inderdaad niet gevallen; de drempel bekijk ik nu helaas van veel te dichtbij. Ik ben net twee minuten binnen op dit feest en onderweg naar de garderobe. Ik heb nog niets gedronken, maar dat gelooft echt niemand hier.

Een tafel in je sixpack

Gelukkig brak de tafel, waarachter een leuke jongeman stond om de jassen in ontvangst te nemen, mijn val. Met mijn volle gewicht vloog ik met twee handen op de tafel; die daardoor twee meter naar achteren verplaatste. Ongelukkig is het dat er drie waxinelichtjes op de tafel stonden, die nu in de berg jassen terecht zijn gekomen. En ik denk dat de tafel ook keihard in de sixpack van de jongen terecht is gekomen, want hij hapte naar adem. En dat was denk ik niet door mijn verschijning. Of wel, maar dan anders. Wat paniekerig probeert de jongen de jassen van het kaarsenvet te redden, of hij dooft het vuur uit met zijn blote handjes, dat durf ik niet te zeggen.

Leuke klapper, wijffie

Ik ben zelf nogal bezig met a) het checken van mijn lijf en hoofd: heb ik nog tanden, kan ik nog bewegen, waar doet het pijn? En b) het verbijten van de pijn in mijn beide knietjes, ze branden als hel. Met name links.

Zo snel ik kan krabbel ik overeind en negeer ik de geschrokken blikken van alle mensen om me heen. Mijn twee vriendinnen kijken me bezorgd aan. ‘Gaat ie? Jezus wat een klapper’, zegt de een. De ander probeert een lach te verbergen (eerst zeker weten dat ik weer opsta, denkt ze) en pakt een stoel voor me. ‘Ga even zitten joh’, zegt ze. Ik lach hun zorgen weg, klop op mijn knietjes en voel iets nattigs, bloots. Ik kijk naar beneden waar twee grote scheuren in mijn nieuwe broek mijn geschaafde bebloede knieën laten zien. Ik lijk wel vijf, straks moeten er appelkniestukken op genaaid worden. Van die harde leren appels, rode, net als vroeger.

Vriendin komt aan met een blikje bier. Oke, niet het eerste dat ik in gedachten had op een feest als dit, ik dacht zelf aan een GinTonic, maar tevreden trek ik het blikje open en neem een grote slok voor de schrik. ‘Dit meeeen je,’ zegt vriendin geschrokken. Verbaast kijk ik haar aan. Wat nou weer? ‘Dat blikje is om tegen je knie aan te houden, man, als icepack!' zegt ze met een blik alsof ik een bevroren vis probeer op te eten.

‘Je gaat toch geen blik bier drinken hier, gek! Het was gewoon het enige bevroren ding wat ze hier in de ijskast hebben.'

‘Oh…' lach ik sullig. Het blikje voelt inderdaad wel lekker aan op mijn knie en stiekem neem ik af en toe toch ook nog een slokje.

Op de plek waar er ooit één zat, zitten er nu drie

Het gaat wel weer. Er moet gedanst worden, en snel ook. Als een houten klaas sta ik tussen mijn uitgelaten vriendinnen op de dansvloer. Linkerknie doet echt niet meer mee en stuurt af en toe signalen naar mijn hoofd dat er echt rustig aan gedaan moet worden. Dansen op één been is echt niet te doen, ik geef het na een half uur op en ga dan even naar de wc om de schade op te nemen. Djiesus, op de plek waar er ooit eentje zat (qua knie) heb ik er ineens drie! Ik denk dat ik thuis mijn broek open moet knippen, die knie kan er nooit meer uit. Ik besluit om nog even te doen alsof ik gek ben, maar ga uiteindelijk toch maar naar huis. Met een kussen onder mijn knie val ik in een diepe slaap, ik droom over drempels en blikken bier.

De volgende ochtend kan dat been amper gestrekt. Ook buigen lukt eigenlijk niet. En er blijken toch ook wel wat blauwe plekken op mijn elleboog en schaafjes op mijn handen….

En nu loop ik dus met krukken. En een strakke sok-achtige band om mijn knie. Rustig aan doen, zei de dokter. En even niet meer dansen. Dit soort blessures kunnen best lang aanhouden, zo vervolgt hij. Zeker op jouw leeftijd.